Incontinentie is te voorkomen!

Tussen 55% en 75% van de bewoners in woonzorgcentra lijdt aan een vorm van incontinentie. Het vergt veel tijd en energie om te verschonen – wat voor de bewoner of de medewerker geen aangenaam verzorgingsmoment is. Maar vooral de gevolgen voor de levenskwaliteit van ouderen zijn groot – van fysiek ongemak tot psychisch leed door een groeiend isolement. Hoog tijd om het probleem grondig aan te pakken. Daarom organiseert Optimum C voor het derde jaar op rij een module (in)continentiecoach in samenwerking met TENA.

Luc De Laere, verpleegkundig specialist urologie AZ Sint-Jan Brugge-Oostende en docent in de opleiding is tevreden dat het onderwerp bespreekbaar wordt. “Maar de weg is nog lang”, aldus De Laere. “We zouden veel senioren van hun probleem kunnen afhelpen, als ze tijdig een uroloog zouden raadplegen. En voor een groot aantal mensen kan dat zelfs betekenen dat ze langer zelfstandig thuis kunnen wonen.”

Lees het hele interview met Luc De Laere in het herfstnummer van Uitgerust, Magazine voor Ouderenzorg in Topvorm.

EXPERTEN INCONTENTIE COACHEN HEEL TEAM

"We hadden deze module 30 jaar eerder moeten kunnen volgen"

Dankzij de module (in)continentiecoach hebben zorgteams vaker een expert in huis. Deze kent de oorzaken van het ongemak en weet hoe het comfort van de oudere maximaal te garanderen. Hij of zij kan het team coachen voor een totaalaanpak rond continentiezorg in het WZC. In WZC Sint-Elisabeth in Sint-Katelijne-Waver en in de Woonzorgcentra van Zorg Leuven werken al coaches die de opleiding rond (in)continentie volgden.

Hoofdverpleegkundige Lut Bosschaerts van WZC Sint-Elisabeth: “Doordat we met verschillende collega’s van elke afdeling deelnamen, kunnen we een beleid uittekenen voor de hele organisatie. De meeste bewoners komen uit het ziekenhuis en we gaan er snel van uit dat alles is nagekeken. De aanpak van het ziekenhuis werd gewoon overgenomen. Maar in het ziekenhuis zit je met een andere setting. Het team daar heeft andere prioriteiten dan het incontinentieprobleem van de oudere,” vertelt Lut. “We proberen het probleem fundamenteel én individueel te benaderen. Een van onze bewoners had de wens om zelf naar het toilet te kunnen gaan. Maar bij het opstaan en aan de tillift ging het telkens mis. In samenspraak met de huisarts zijn er met specifieke medicatie grote stappen vooruit gezet. Het team probeert goed in kaart te brengen wanneer een bewoner naar toilet moet gaan. Iedereen heeft een ritme en we proberen ons daarnaar te organiseren in plaats van omgekeerd.”

Ook Zorg Leuven vaardigde al voor het tweede jaar op rij medewerkers af naar de module incontinentiecoach. “Wij hebben vier woonzorgcentra met in totaal vijftien afdelingen. Van bijna elke afdeling hebben er één of twee mensen de opleiding gevolgd,” vertelt Karen Gilis, coördinator bewonerszorg bij Zorg Leuven. “We willen echt inzetten op een betere incontinentiezorg en verwoorden dit ook in onze visietekst. De module leidt deelnemers op tot coaches. Ze krijgen de kennis en handvaten in handen om hun collega’s te sensibiliseren en op te leiden. Want vaak loopt het op de afdelingen mis bij de communicatie, bijvoorbeeld tussen de nacht- en dagploeg. Incontinentiecoaches moeten stevig in hun schoenen staan omdat ze wel wat tegenwind kunnen krijgen. Dankzij de opleiding verloopt de samenwerking vlotter,” aldus Karen Gilis.

Karen raadt woonzorgcentra aan om minstens één medewerker per afdeling bij te scholen tot incontinentiecoach. “We zien het effect van de module op de werkvloer. De opleiding betekent een grote meerwaarde, onder meer dankzij de e-learning tool waar meer achtergrondinformatie op te vinden is. Ook de terugkomdag na de module ervaren we als heel zinvol. Zo goed als al onze medewerkers die de module volgden, gaan er naar toe.

Ik zou de module echt aan iedereen in de ouderenzorg aanraden. We hadden deze module 30 jaar eerder moeten kunnen volgen,” besluit Lut.