Maaltijdzorg - van moment van voeding naar moment van genot

De kwaliteit van de voeding in onze woonzorgcentra is hoog. Strenge normen en zorgvoorzieningen die het belang van de kwaliteit van ingrediënten en de bereiding ervan inzien, zorgen ervoor dat ouderen lekker eten. Jammer genoeg blijft de maaltijd in veel woonzorgcentra een moment van ‘voeding’: ze wordt functioneel en efficiënt georganiseerd. Plots smaakt dat lekkere potje weer heel wat minder.

De maaltijd is voor veel ouderen een hoogtepunt in de dag, een van de weinige momenten waarop al hun zintuigen gestimuleerd worden en ze de dingen kunnen ‘appreciëren’ (of niet). Eten dwingt elke oudere tot activiteit, al is het maar het reageren op een bepaalde smaak.

Maaltijd als middel voor meer algemeen welbevinden
De maaltijd is ook een sociaal evenement, een houvast in het verloop van elke dag, die zekerheid én variatie biedt. In WZC De Zilverlinde in Olen kiest men er dan ook voor om de maaltijd als een echt restaurantgebeuren te organiseren. Heel het team wordt actief betrokken en de keukenmedewerkers komen ook actief meehelpen met de bediening. Er wordt aandacht besteed aan de aankleding van de restaurantruimte en de tafels. En het gevolg is dat meer bewoners in groep eten, en dat bewoners ook meer en meer aandacht gaan besteden aan hun eigen voorkomen aan tafel. Een mooie evolutie die op verschillende vlakken positieve effecten genereert. 

In heel wat woonzorgcentra experimenteert men met ‘fingerfood’, het verwerken van de gerechten tot grijpbare stukjes die de bewoner zelf kan pakken en op eigen tempo opeten. In dat verband verscheen het boekje ‘Hapklaar – beetgaar: Opnieuw zelfstandig eten’ (Els Verraest & Liesbeth Dewulf, WZC Maria Rustoord Ingelmunster), met heel wat bruikbare tips en recepten voor lekkere maaltijden die zonder bestek verorberd kunnen worden.